Het Boek der Kampen, oud en nieuw

Het oorspronkelijke Boek der Kampen van Ludo van Eck, ultiem naslagwerk over de concentratiekampen van WO II, werd uitgegeven vanaf het einde van de jaren 1960. Echter, de waarheid uit die tijd is niet de waarheid van vandaag.

Historica Annemie Reyntjens nam de zware taak op zich om het oude Boek der Kampen de broodnodige facelift te geven op inhoudelijk vlak, daarbij steunend op recent onderzoek en nieuwe inzichten aangaande de concentratiekampen. Doordat ook vele honderden nieuwe foto’s, zowel kleur als zwartwit, in de nieuwe versie van het Boek der Kampen werden opgenomen, gaat het hier in wezen om een nieuw boek.

Hoe Annemie Reyntjens deze taak tot een goed einde bracht, legt zij zelf uit in haar voorwoord vanaf pagina 8 in het boek.

Deze tekst wordt hier onverkort weergegeven.

Czeslawa KwokaWat denkt u, heeft het 14-jarige Poolse, katholieke meisje Czeslawa Kwoka in Auschwitz ontroerd teruggeblikt op de dag dat ze besefte dat ze mooi was? Of op eeuwen terug in de tijd toen ze thuis, haar mooie lelijke thuis, naar buiten keek, naar de regen, en het nat op de ruit de wereld vervormde, zoals ook haar hele bestaan vervormd zou geraken, tot vormeloze assen toe? Welke stapelwolk van door elkaar verwrongen gevoelens dreef haar hersenen binnen toen de vrouwelijke kapo, volwassene met bedrieglijke lippendienst, haar in dat onbegrijpelijke Duits toesprak? Kreeg ze van de kapo misschien te horen dat wie dromerij verkiest boven de realiteit van de dag, genegenheid voor liefde houdt? Op welk miserabel moment besefte het meisje dat ze finaal en onomkeerbaar haar greep op het leven verloor, lijdzaam moest toezien hoe het van haar weggleed?

U vindt het verhaal van Czeslawa Kwoka verder in dit
boek, op pagina 231. Het was de beroemde dokter Mengele die Wilhelm Brasse opdroeg drie portretten te maken van elke medegevangene. Ik laat u hier de middelste zien, een frontaal beeld, en u zal merken dat er wat aan de hand is met de onderlip van het meisje, mogelijk ook dat er een barse herinnering schuilgaat achter haar ogen. Toen duidelijk was dat ze niet begreep wat tegen haar in het Duits werd gezegd, nam de vrouwelijke kapo een stok en sloeg ermee in haar gezicht. Het kind weende maar hield zich sterk. Vóór de foto’s werden genomen, droogde zij haar tranen en het bloed van de snee. Czeslawa Kwoka kwam in december 1942 samen met haar moeder in Auschwitz terecht. Drie maanden later waren beiden dood.

‘Het Boek der Kampen’, oud en nieuw

Het relaas van Wilhelm Brasse, ‘de fotograaf van Auschwitz’, en Czeslawa Kwoka zal u vergeefs zoeken in het oude ‘Boek der Kampen’, net zoals vele tientallen andere verhalen die in de huidige editie zijn opgenomen. Voor diegenen onder u die ook het oude boek in bezit hebben, zal het niet altijd even eenvoudig zijn om onderscheid te maken tussen de oorspronkelijke tekst van Ludo van Eck en de tekst in het nieuwe boek. Daarom toch enige duiding bij de rol die mij als historica in dit project werd toebedeeld, meer bepaald het inhoudsmatig naar de nieuwe eeuw brengen van ‘Het Boek der Kampen’, en de wijze waarop ik deze boeiende opdracht heb ingevuld.

Telkens als er informatie wordt gegeven die duidelijk slechts beschikbaar kon zijn na 1970, geldt dit uiteraard nieuwe tekst. Dit gaat dan bijvoorbeeld over alle wijzigingen die de sites van de concentratiekampen na dat jaartal hebben ondergaan, wat het geval is bij nagenoeg alle kampen.

Op enkele plaatsen in het boek wordt apart aangegeven waar de tekst van Ludo van Eck eindigt en waar een nieuw toegevoegde tekst begint, maar ik heb geprobeerd om de lezer niet te veel te vervelen met dit soort informatie.
Daar waar mogelijk werden aantallen die genoemd werden in het oude boek veranderd door nieuwe gegevens (o.a. over het aantal gevangenen in een bepaald kamp), me vooral baserend op informatie verstrekt vanuit de hedendaagse leiding van de kampen zelf. Die gewijzigde aantallen bevinden zich in de tekst van Ludo van Eck zonder bijzondere aanduiding.
Het boek van Ludo van Eck bevatte ook ellenlange lijsten van bijkampen. Ik heb gemeend deze te moeten weglaten, omdat ze niet altijd even volledig waren en omdat er tot vandaag diverse lijsten circuleren in de schoot van de kampen zelf, in gespecialiseerde edities enz. Een vraag die zich hier stelt is bijvoorbeeld of een kleine vestiging van een bedrijf, waar ooit ‘enkele’ gevangenen zijn vastgehouden, als ‘bijkamp’ moet worden beschouwd. Ik achtte het aangewezen om deze bijkomende discussies niet verder uit te lokken.

Het oude ‘Boek der Kampen’ bevatte ook een aantal plannetjes van concentratiekampen. Ook hier stelde zich weer het probleem dat deze niet altijd accuraat waren, en evenmin allemaal van goede kwaliteit. Daar waar mogelijk hebben wij deze plannetjes vervangen door luchtfoto’s met aanduiding van de losse onderdelen van het kamp. Die miniatuurarbeid, net zoals de overzichtskaart op de vorige pagina’s, kwam voor rekening van Marc Provoost; over hem verneemt u zo dadelijk meer.

Net zoals in het oude boek heb ik de lijst van concentratiekampen opgelijst per land, met die bedenking dat naties als Tsjechoslowakije en Oost-Duitsland nu niet meer bestaan. Deze landen volgen elkaar in het boek op volgens een logische route van west naar oost, de barre tocht die ook vele gedeporteerden aflegden: België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Polen en Tsjechië.

Het merendeel van de toegevoegde informatie in het boek is gebaseerd op nieuwe inzichten. Die waren er bijvoorbeeld in het vernietigingskamp Sobibor (zie p. 288 e.v.), in het huidige Oost-Polen. Daar brak in oktober 1943 een opstand onder de gedetineerden uit. Ongeveer 300 gevangenen konden vluchten en een aantal van hen slaagde erin in vrijheid te blijven. Na deze opstand nam de SS het zekere voor het onzekere en wiste in het kamp zorgvuldig alle sporen van hun misdaden uit. In november 1943 bleef er van het kamp niets meer over en leek de moordfabriek Sobibor weggezonken in een eeuwige slaap. Tot 70 jaar later door archeologen onder een asfaltweg vier goedbewaarde gaskamers werden ontdekt. Vandaag zijn deze gaskamers de enige getuigen van het verschrikkelijke lijden van de slachtoffers van Sobibor. Ergens in de komende jaren zal de site een grondige facelift ondergaan en zullen de eerste lijnen worden geschreven van weer een nieuw ‘Boek der Kampen’.

Foto’s

Ook op fotografisch vlak zal de bezitter van het oude ‘Boek der Kampen’ het nieuwe nauwelijks herkennen, waarbij de lezer eveneens zal opmerken dat het boek qua opmaak in een modern kleedje werd gestoken. Met opzet koos ik ervoor om elk hoofdstuk te laten beginnen met een of twee hedendaagse ‘zachte’ kleurenbeelden, dit gedeeltelijk als ‘rem’ op de gruwel die vaak volgt. Doorheen dit boek zal u overigens honderden kleurenfoto’s aantreffen, die uiteraard in het oorspronkelijke boek niet aanwezig waren. Van bij de start van het project was duidelijk dat van nul moest herbegonnen worden wat betreft het fotomateriaal. Van de foto’s uit het oude ‘Boek der Kampen’ was er geen spoor meer van de negatieven. Ook bleek spoedig dat in de jaren 1970 vlotter werd omgegaan met het fenomeen ‘rechten’ dan vandaag het geval is. Een ware odyssee doorheen Europa en de USA, gelukkig via de snelweg van het internet, begon toen om bij elk kamp te kunnen beschikken over de meest markante beelden, die ons vaak ter beschikking werden gesteld door de huidige verantwoordelijken in de kampen zelf. In zijn tijd bezocht Ludo van Eck alle kampen en foto­grafeerde ze ook, maar die zwart-witfoto’s zijn in het huidige boek vervangen door recente kleurbeelden.

Aan te stippen valt dat het aan Duitse militairen verboden was om foto’s te nemen van de gruweldaden. Vanzelfsprekend was dit order geboren uit de bezorgdheid om geen sporen achter te laten. Toch hebben veel militairen wel degelijk gefotografeerd, meestal om aan familie en vrienden te tonen, als ‘souvenir’. Veel gruwelfoto’s werden teruggevonden op gesneuvelde of gevangen genomen SS’ers. Het ging om amateurkiekjes, vaak van zeer slechte kwaliteit. Een groot deel van de gruwelijkste foto’s van de concentratiekampen werd gemaakt bij en na de bevrijding. Ook in dit boek vindt u een aantal van die foto’s. In enkele gevallen werden taferelen uit het kampleven later in scène gezet, zoals bijvoorbeeld het geval was met het coverbeeld. Met mijn trouwe medewerkers heb ik lang nagedacht of het gebruikte beeld voor de cover inderdaad het meest aangewezen was. Qua historische geloofwaardigheid scoort het barslecht: het werd twee maanden na de bevrijding in scène gezet door een Russische filmploeg. (Voor meer uitleg, zie het aparte hoofdstuk over de bevrijdingsfilm van Alexander Voronzow vanaf pagina 246). Wel betreft het hier kinderen die in het kamp hadden verbleven en die op dat moment nog ter plekke door het Rode Kruis werden verzorgd. Voor de gelegenheid werden zij in veel te grote streeppakken gestoken, boven op hun bestaande kledij, en men liet hen lopen op een plaats waar ze mogelijk voorheen niet vaak kwamen, maar die alleszins wel foto­geniek overkwam. Uiteindelijk heb ik toch voor deze cover gekozen, ook en vooral omdat we per se geen hedendaags kleurenbeeld wilden gebruiken, maar evenmin een ‘foto van toen’ die te gruwelijk was.

Lay-out en research

Ik wil van de gelegenheid gebruikmaken om op deze plaats een persoon te bedanken die een gigantische rol heeft gespeeld in de totstandkoming van het nieuwe ‘Boek der Kampen’. Marc Provoost van Media Luna verzorgde niet alleen de ingetogen en volkomen toepasselijke lay-out van dit boek, hij toonde zich ook opnieuw die gedreven researcher die ik voorheen al had leren kennen bij het productieproces van mijn eerdere boeken, voornamelijk over de Eerste Wereldoorlog. Zonder Marc had u nu een heel ander boek in handen, omdat de ­research op het vlak van beeldmateriaal en de zoektocht naar (de vele) onjuistheden in de toenmalige en hedendaagse communicatie over de kampen zo intensief waren. Voor de beeldfreaks onder u, nog het volgende. Voor de historische foto’s in het binnenwerk gebruikte Marc Provoost twee soorten van tinten. Een voor beelden van voor de bevrijding, met meer sepia, en een ander voor beelden van de bevrijding zelf en later, in een warmer zwart-wit.

Een euvel betreffende het oude ‘Boek der Kampen’ was dat er onvoldoende aandacht werd geschonken aan de kampen in België en Nederland. De lijnen die werden besteed aan het Fort van Breendonk bijvoorbeeld bleven enigszins beperkt en de drie Nederlandse kampen kregen tezamen slechts tien pagina’s toebedeeld. Naar de reden hiervoor hoeft niet lang te worden gezocht: om verschillende redenen was de blik van de auteur op het oosten gericht. Wie vandaag de dag echter inspirerende plaatsen wil bezoeken die op het vlak van de concentratiekampen in herinnering brengen wat nooit mag worden vergeten, hoeft geen duizend kilometer of meer af te leggen richting Auschwitz. In de Lage landen zijn er alvast vijf plaatsen die kunnen gecatalogeerd worden als ‘niet te missen’, en dit niet alleen voor diegenen die interesse hebben in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog en de concentratiekampen. Ik lijst ze graag voor u op.

Fort van Breendonk

In volle overtuiging zeg ik aan de lezer: het is waarlijk geen goed idee om het Fort van Breendonk niet te bezoeken. U allen heeft als mens de verplichting om deze bijzondere ervaring te ondergaan. Grote dank ben ik verschuldigd aan de heer Olivier Van der Wilt, conservator van ‘Het nationale gedenkteken van het Fort van Breendonk’, deze door het onderwerp ultiem gepassioneerde man die zo vriendelijk was om de tekst over het fort in het oude ‘Boek der Kampen’ grondig aan te passen aan datgene wat nu over deze horribele plek bekend is en ten tijde van Ludo van Eck nog niet. Dank ook aan zijn trouwe medewerkers Myriam Metdenancx en historicus Dimitri Roden. De geschiedenis van het Fort van Breendonk is fabuleus. Samen met Auschwitz en Theresienstadt is Breendonk het best bewaard gebleven naziconcentratiekamp. Eigenlijk is dit het enige kamp in West-Europa dat volledig intact is gebleven, met dank aan het feit dat het hier betonnen gebouwen betreft. Het huidige Gedenkteken Fort van Breendonk staat symbool voor het lijden en de dood van alle slachtoffers van het nazisme. In het fort staan o.a. urnen met daarin de assen van zij die de kampen niet hebben overleefd. Deze urnen komen uit Majdanek, Natzweiler, Neuengamme, Ravensbrück, Stutthof, Treblinka, Theresienstadt en Vught. Zij houden de herinnering levend aan alle Belgen die tijdens hun deportatie in de nazikampen zijn omgekomen.

Kazerne Dossin

Het is begrijpelijk dat Ludo van Eck de Kazerne Dossin in Mechelen (precies tussen Antwerpen en Brussel, waar in België toen de meeste Joden woonden) over het hoofd zag, alhoewel hier tussen juli 1942 en september 1944 ongeveer 25 000 Joden en 352 zigeuners werden verzameld en weggevoerd naar Auschwitz-Birkenau, waarbij twee derde van de gedeporteerden onmiddellijk na aankomst werd vergast. Immers, toen van Eck zijn boek schreef was de kazerne in verval geraakt en overwoog de stad Mechelen zelfs om het gebouw te laten slopen. In de jaren 1980 werd de kazerne ingericht als appartementencomplex, schijnbaar in een poging om de oorlogsperiode helemaal uit te wissen. In 1996, enkele jaren nadat ‘Het Boek der Kampen’ aan zijn dertiende en voorlopig laatste herdruk toe was, werd onder impuls van een aantal Joodse verenigingen en overlevenden van de deportatie in de voorste vleugel van de kazerne het ‘Joods Museum van Deportatie en Verzet’ geopend. Dat werd jaarlijks bezocht door 30 000 personen en werd te klein. Vervolgens verwierf de Vlaamse Gemeenschap een terrein aan de overzijde van de kazerne, waarop een nieuwbouw uitgetekend door bOb Van Reeth werd neergepoot, in december 2012 als nieuw museum geopend. Een museum dat het schrijnende verhaal vertelt van de vervolging van Joden en zigeuners in België en dat ook als mensenrechtenmuseum door het leven gaat. Ik hou eraan op deze plaats Herman Van Goethem, algemeen directeur en conservator van Kazerne Dossin, te bedanken voor zijn onvoorwaardelijke medewerking en warme woorden, alsook Sara Verhaert, hoofd marketing en communicatie.

Kamp Westerbork

Vanuit het ‘Polizeiliches Durchgangslager Westerbork’, gelegen op de Drentse heide bij Hooghalen, vertrokken 100 000 tot 106 000 Joden naar de vernietigingskampen in Polen. Een Duitse bron uit 1944 vermeldt het precieze aantal van 103 376. Het verhaal van Westerbork bevat elementen die de lezer met verstomming zullen slaan. Hier waren voor grof geld dingen te koop die nergens anders in Nederland te vinden waren. Er was een orkest en een café chantant. En elke dinsdag vertrok een trein naar de dood. Opmerkelijk was dat de Duitsers amper hun handen moesten vuil maken. De konvooien werden bewaakt door Nederlandse marechaussees en in het kamp was ook een Joodse ordedienst. De kampcommandant liet het aan zijn ondergeschikten over om de mensen aan te duiden die op de trein moesten. Bij het naderen van elke dinsdag steeg de spanning, die op maandagnacht haar hoogtepunt bereikte. Na het vertrek van de trein werd er door de achterblijvers gezongen en gedanst, maar vanaf woensdag schoot de angst opnieuw wortel. In het Herinneringscentrum Kamp Westerbork wordt op aangrijpende wijze over het leven van slachtoffers en overlevenden van het kamp verteld. Persoonlijke verhalen in tentoonstellingen en films maken het verhaal van dit kamp ook voor kinderen toegankelijk. Filmbeelden uit 1944, een gedeeltelijk ingerichte barak, een uit de trein geworpen laatste afscheidsgroet, een grote maquette van het kamp, tekeningen van spelende kinderen en nog veel meer: het sprekende verleden van Kamp Westerbork ontplooit zich voor uw ogen. Voor de tekst over Kamp Westerbork ben ik grote dank verschuldigd aan conservator Guido Abuys.

Kamp Amersfoort

Het oorspronkelijke ‘Boek der Kampen’ bevatte slechts een summier hoofdstuk over Kamp Amersfoort, waarbij het in de beknopte tekst ook nog eens vooral ging over Kamp Vught. In het nieuwe boek werd dit rechtgezet met de felgewaardeerde hulp van Willemien Meershoek, directeur van Nationaal Monument Kamp Amersfoort, en haar naaste medewerker Gert Stein. Kamp Amersfoort was het kleinste van de drie in dit boek behandelde Nederlandse kampen, maar ook het gewelddadigste. Het belangrijkste kenmerk van de populatie van gevangenen in Kamp Amersfoort was de diversiteit. Hier bevonden zich politieke gevangenen, geestelijken, Jehova’s getuigen, misdadigers, gijzelaars en Joden; mensen van eenvoudige komaf tot mensen die een prominente plek in de samenleving hadden. Door de gebrekkige controle en geïsoleerde ligging kon Kamp Amersfoort, zeker in de periode tot begin 1943, uitgroeien tot een wrede en in zichzelf gekeerde gemeenschap. Reeds twee jaar na het einde van WO II werd het voormalige Kamp Amersfoort door de Nationale Monumenten Commissie aangewezen als locatie voor een nationaal monument. Verscheidene blikvangers hier, zoals de appelklok en klokkenstoel die herinneren aan de door de gevangenen zo gehate appels. Bij de uitbreiding van de gedenkplaats in 2003 en de herinrichting van het terrein rondom het nieuwe bezoekerscentrum werden in de bestrating de contouren van de bunkercellen verwerkt. Ook een deel van een cel werd gereconstrueerd, wat gebeurde in overleg met oud-gevangene Gerrit Kleinveld. In juli 1971 kwamen twee muurschilderingen uit de oorlogsperiode aan het licht. Op een van de muren in het voormalige kantoor van de kampcommandant waren deze schilderingen in 1944 aangebracht. Om de originele muur met de schilderingen werd in 1972 een gebouwtje neergezet, met de betekenisvolle naam ‘Herinneringsgebouw’. Later werden de schilderingen prachtig gerestaureerd.

Kamp Vught

Kamp Vught bevindt zich niet zo ver van de Belgisch-Nederlandse grens, nabij ’s Hertogenbosch, en is bijgevolg ook voor Vlamingen gemakkelijk te bereiken. Met groot genoegen kijk ik terug op de samenwerking met Jeroen van den Eijnde, directeur van ‘Nationaal Monument Kamp Vught’, Els van der Meer (archief en informatiediensten) en Anja Spaninks, dienst publiciteit. Op 13 januari 1943 strompelden de eerste gevangenen uitgeput en ondervoed door de straten van Vught. Ze waren afkomstig uit het ‘Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort’ en werden de eerste bewoners van het nieuwe ‘Konzentrationslager Herzogenbusch’. Vele duizenden zouden volgen. In totaal werden ongeveer 31 000 personen voor kortere of langere tijd in Vught gevangen gezet. Onder hen waren 12 000 Joodse mannen, vrouwen en kinderen voor wie het kamp slechts de eerste halteplaats was op weg naar de vernietigingskampen in Polen. Slechts enkele honderden van hen overleefden de oorlog. In april 1990 werd op een klein deel van het terrein van het voormalige Kamp Vught het ‘Nationaal Monument Kamp Vught’ geopend. In het herinneringscentrum is een vaste presentatie te zien die ingaat op het dagelijks leven in een concentratiekamp en het nationaalsocialistische terreur- en vervolgingssysteem. Persoonlijke lotgevallen van slachtoffers, daders en omstanders brengen de geschiedenis dichterbij. Onder andere een natuurstenen maquette, een nagebouwd barakdeel, de gereconstrueerde kampomheining en wachttorens alsook het oorspronkelijke crematorium geven een uitstekend beeld van de aard en omvang van Kamp Vught.

Historische waarschuwing

In zijn inleiding tot het oorspronkelijke ‘Boek der Kampen’ uitte Ludo van Eck een grote bekommernis, die meermaals terugkeerde in het boek zelf. Ik citeer uit de inleiding: “Ondanks de onbetwistbare historische waarschuwing uitgaande van het mateloze lijden in de concentratiekampen van het nazisme, schijnen we momenteel in een tijdvak te leven waarin de ruimere historische, politieke en economische samenhang van de opkomst en ondergang van het Derde Rijk te gemakkelijk en soms ook met te vlugge gretigheid wordt toegedekt. Het heet dan dat het fascisme het werk zou zijn van één of enkele krankzinnigen, de ‘Endlösung’ zou puur trucage zijn, iedereen zou er in volle onwetendheid en bezield met goede voornemens ingetuind zijn …”

Ik trap een open deur in wanneer ik zeg dat de waarheid van de jaren 1960 niet die van 2015 is. Sinds het eerste ‘Boek der Kampen’ werden de Tweede Wereldoorlog, de geschiedenis van de Holocaust en de verschrikkingen in de concentratiekampen vanuit alle mogelijke invalshoeken binnenstebuiten gedraaid in een lange rij academische uitgaven, edities voor het grote publiek, tv- of filmdocumentaires en alle mogelijke uitingen via internet. De toenmalige bekommernis van Ludo van Eck weegt vandaag de dag dan ook minder zwaar dan in zijn tijd, vandaar dat ik ervoor koos om de meeste passages over dat onderwerp in het hedendaagse ‘Boek der Kampen’ weg te laten. Idem met de meeste commentaren die geboren werden vanuit de communistische overtuigingen van de auteur. Immers, de bolsjewistische geest van Ludo van Eck was in zijn tijd handig en noodzakelijk om de meeste concentratiekampen sowieso te kunnen bezoeken en relevante informatie erover te vergaren (bij ontstentenis ervan was ‘Het Boek der Kampen’ er nooit gekomen), maar heeft vandaag geen toegevoegde waarde meer voor het boek of het onderwerp op zich.

Haat

Laat ik het ook hebben over haat. Doorgaans wordt dit substantief begeleid door bijvoeglijke naamwoorden als ‘opgekropt’, ‘gloeiend’, ‘blind’ of ‘ingekankerd’, verwijzend naar de ziekte die woekert en woekert en uiteindelijk ons hele lichaam bezet. Een enkeling ziet het positieve van haat (Leonardo da Vinci: ‘Haat lucht op, terwijl liefde vaak opvreet’), maar Goethe merkte terecht op dat haat als een grafsteen boven alle vreugde ligt. Ik kan het niet ontkennen en het verdriet me zeer: haat bedekt ook ‘Het Boek der Kampen’. De haat die de geur heeft van vergoten leven en die als een rode draad doorheen dit boek loopt. Het oude ‘Boek der Kampen’ dreef in het bloedspoor van de doden. Het nieuwe doet dat onvermijdelijk ook, want het onderwerp is wat het is en wat gebeurd is, is gebeurd. Ludo van Eck heeft het altijd toegegeven: ‘Ik zal mijn haat nooit kunnen kwijtraken.’ Op het einde van de jaren 1970 schreef hij: “Ik ken de reactie die dit boek zal uitlokken: ‘Het Boek der Kampen’ roept 35 jaar later opnieuw op tot haat.”

Haat sluit naadloos aan bij wraak, ook een gevoelen dat Ludo van Eck niet uit de weg ging. Uit zijn inleiding: “Ik geloof dat ik hierbij spreek in naam van de Polen, de Russen, de Nederlanders, Fransen, Luxemburgers, Belgen, Oostenrijkers, Hongaren, Tsjechen, Joegoslaven. In naam van de Duitse democraten die er waren en de Spaanse vrijheidsstrijders die Hitler ook op zijn verdomhoekje had staan. Maar wij willen onze haat niet opdringen. Onze haat tegen tirannie, fascisme, oorlog. Wél willen wij gewroken worden. Wij eisen wraak. Maar het is een edele wraak. Als mensen elkaar niet meer zullen uitmoorden, als ze elkaars opinie leren eerbiedigen, als ze elkaar niet meer pesten om futiliteiten, als ze geen tweedracht meer willen zaaien, en geen beschavingen meer omver willen werpen, als ze elkaar niet meer zullen uitbuiten: dan eerst zullen wij gewroken zijn. Wij hebben zoveel onmenselijkheid gezien dat wij niet anders kunnen dan smeken om een mensheid die eindelijk menselijk zou zijn.”

Blijft de heikele kwestie van de haat. Van het ‘haatboek’ dat u in handen heeft. Ik begrijp heus wel dat het lastig is om na het lezen van ‘Het Boek der Kampen’ niet tot de conclusie te komen dat alle teutonen schurken zijn en dat we maar beter naar Italië rijden langs Frankrijk en niet langs Duitsland. We komen nu tot mijn eigen, grootste bekommernis in het kader van het nieuwe ‘Boek der Kampen’: dat deze droevige stoet van gruwelen de lezer zou afleiden van het juiste inzicht, of zou leiden tot de verkeerde conclusies. Ik verwijs hierbij graag naar scènes die ik al zo dikwijls heb meegemaakt in de Westhoek en het Sommegebied, dit in het kader van mijn boeken over WO I. Engelse schoolkinderen in het Ieperse combineren steevast het bezoek aan een Britse begraafplaats met een bezoek aan de Duitse dodenakkers in Langemark of Vladslo, en daar worden dan Engelse kransen neergelegd op Duitse graven. Ik hoef hier verder geen commentaar aan toe te voegen.

Rest mij ten slotte om nog enkele mensen te bedanken die ik voorheen nog niet heb genoemd. Ik wens daarbij de lezer niet op te zadelen met een lange lijst van personen die ons in de vele concentratiekampen hebben bijgestaan met fotomateriaal en nuttige gegevens. Sis van Eeckhout dank ik voor zijn ontroerende verhalen. Een bijzonder dankwoord gaat naar Jan Herbots van de boekhandelketen ‘In ’t Profijtelijk Boeksken’. Jan staat onrechtstreeks aan de basis van dit boek, want toen ik hem drie jaar geleden ontmoette in zijn uitgestrekt magazijn in Westerlo, dat overdekt paradijs voor boekenliefhebbers, en hem vroeg welk boek volgens hem de nummer één was van de antiquarische uitgaven en een heruitgave verdiende, hoefde hij geen drie seconden na te denken: ‘Het Boek der Kampen’. Dank ook aan mijn partner Luc, die mij een troostende schouder gaf toen de tocht langs de treurnis mij weer eens te veel werd, wat voornamelijk het geval was telkens als kinderen betrokken waren in de gruwelverhalen. Dank ook aan mijn dierbare vriend Herman Welter, die de zware taak op zich nam om de oorspronkelijke teksten van Ludo van Eck onder de loep te nemen en die een eerste, erg doorgedreven fase van ‘eindredactie’ voor zijn rekening nam. Dank ten slotte aan iedereen die wil meehelpen aan het instandhouden van de herinnering. In het bijzonder zij die reeds de odyssee naar de kampen hebben ondernomen en door middel van hun foto’s op het wereldwijde web het voor ons mogelijk maakten de kampen visueel tot bij de lezer te brengen.

Annemie Reyntjens
Januari 2015